Skip to main content

Hij wordt eind dit jaar dertig, speelt bij Kampong in een verjongd team vol honger en vond in Oranje een nieuwe rol, lager op het veld. Na de teleurstellende vierde plaats op het WK van afgelopen zomer kijkt Terrance Pieters vooruit: naar een fysieke extra slag, een nieuwe cyclus bij zijn club en een EK in Engeland. HockeyStyle sprak hem over ontwikkeling, trots, social media en de man achter de hockeyer.

Interview: Frits/Daan
Foto’s: Anne Veenendaal – Nikki van Toorn – Frits Ketelaars

 

HET NIEUWE SEIZOEN

De eerste wedstrijd zit erop. Als je naar het nieuwe seizoen kijkt: waar krijg je op dit moment de meeste energie van?

“Toch weer van het werken met een team en proberen een topteam te worden. We hebben bij Kampong best wat wisselingen gehad: een nieuwe coach, en we zijn een aantal kwaliteitsspelers kwijtgeraakt, zoals Sander de Wijn en Duco Telgenkamp, en Caspar Dobbelaar, die jarenlang een vaste waarde waren. Daardoor is de selectie flink verjongd, met veel jong bloed. En ik moet zeggen dat ik daar veel energie van krijg. Die jongens zitten er heel goed in, zijn supergretig en willen heel graag.

Ik denk dat we als team in een fase komen waarin je de top echt moet gaan aanvallen, terwijl nog lang niet alles vanzelf gaat. Maar ik vind het altijd leuk om die fase door te maken, waarin je heel erg bezig bent met de ontwikkeling van een team en van individuen. Daar krijg ik veel energie van.”

Je draait al een tijd mee op het hoogste niveau. Een nieuwe coach en nieuwe spelers geven energie, maar waar ben je bij jezelf nog nieuwsgierig naar?

“Naar wat er nog in mij zit. Aan ontwikkeling, aan vermogen om te presteren. Ik word langzaam een jaartje ouder en ben nog steeds heel gretig om er het maximale uit te halen. Aan het einde van dit jaar word ik dertig. Dan bereik je een leeftijd waarop je een beetje op een kruispunt staat: ga ik de afbouw inzetten, of komen de piekjaren er nog aan? Daar ben ik heel nieuwsgierig naar. Kan ik er nog meer uithalen dan wat ik tot nu toe gedaan heb? Zo probeer ik het ook in te richten: ik ga gewoon kijken of ik nog een stap kan zetten. Van die uitdaging krijg ik energie.”

Bondscoach Jeroen Delmeé haalde je van de spits naar het middenveld. Wil je als middenvelder nog een keer pieken?

“Absoluut. Al moet ik zeggen dat ik niet volledig middenvelder ben; het is meer een hybride rol. Mijn rol binnen Oranje is wel degelijk lager op het veld komen te liggen, waardoor ik zowel op het middenveld als in de spits uit de voeten kan. Die rol ligt me heel goed, en ik krijg er energie van om progressie te voelen op een andere positie. Bij de club speel ik die rol ook, en daar eigenlijk nog meer op het middenveld dan voorin. Ik vind het echt heel leuk om daar een nieuwe uitdaging te hebben en te kijken wat er nog in zit.”

Wanneer zeg jij aan het einde van het seizoen: dit was een goed jaar?

“Qua resultaat denk je met Kampong natuurlijk al snel aan het halen van de play-offs. Maar vooral hoop ik dat we aan het einde van het jaar alles eruit hebben gehaald met het team en de stappen hebben gezet die we moesten zetten. Er zitten veel jongens in onze selectie die jonger zijn dan 24, 25. Jong Oranje-spelers, heel veel talent. Om dan meteen te verwachten dat je play-offs speelt en bovenin meedoet: ik weet niet of dat helemaal realistisch is als je naar de andere teams kijkt. Daar gaan we natuurlijk wel voor.

Maar aan het einde van het jaar wil ik kunnen zeggen: die jonge jongens hebben zich flink doorontwikkeld, hebben veel gespeeld en een grote stap in hun carrière gezet, en we zijn klaar om de komende jaren verder te bouwen. Ik zie het echt als een nieuwe cyclus, waarin we met veel Nederlandse spelers en veel kwaliteit bouwen aan een team dat over een periode van drie, vier jaar kan meedoen om de titel.”

En voor jezelf? Wanneer is het voor jou persoonlijk een geslaagd seizoen?

“Als ik binnen mijn posities weer nieuwe stappen heb gezet, vooral in die middenveldrol. Maar mijn grote doel voor dit seizoen is fysiek. Mijn fysiek is altijd een grote kwaliteit van me geweest, met mijn snelheid en vermogen. Alleen is het ook een beetje een heikel punt: op het moment dat mijn fitheid niet honderd procent is, verlies ik ook snel mijn USP.

Dus ik wil kijken of ik fysiek nog een extra slag kan maken, in fitheid en vermogen, om nog meer te kunnen excelleren. En dan niet in één of twee wedstrijden per seizoen, maar een heel seizoen lang. Als ik fysiek nog een extra stap weet te zetten, is het voor mij een geslaagd seizoen. Want dan heb ik er vertrouwen in dat mijn echte kwaliteiten nog meer komen bovendrijven.”

‘Ga ik de afbouw inzetten, of komen de piekjaren er nog aan? Daar ben ik heel nieuwsgierig naar.’

ORANJE

Wat betekent het Nederlands elftal voor je, nu je er al een aantal jaar deel van uitmaakt?

“Bovenal trots, dat ik ervoor mag uitkomen. Het is waar ik als kind van droomde, maar het is ook de grootste uitdaging die je in je carrière kunt hebben, omdat het, het hoogste niveau is dat je kunt spelen. Internationaal ligt het niveau hoger dan in het clubhockey, en die uitdaging vind ik gewoon heel leuk.

Afgelopen zomer hadden we helaas een teleurstellend resultaat. Maar het blijft heel speciaal om dat soort momenten en trajecten met elkaar mee te maken: dat je maanden en jaren met een team bouwt om goed te zijn, om top te zijn. Dat vind ik het mooie eraan. Het is iets waar je hele agenda omheen draait, waar je alles voor doet en laat.”

Binnen Oranje wordt veel van je verwacht. Hoe zorg je ervoor dat je niet alleen bezig bent met presteren, maar ook geniet van het moment?

“Dat zit ’m heel erg in het hier en nu leven, en in waar je je op focust. Als je alleen maar blind staart op de prestatie en het resultaat, dan zijn er bij Oranje maar weinig meetmomenten: de toernooien, of het wel of niet halen van de selectie. Ik heb geleerd me meer te concentreren op de ontwikkeling en het proces, waardoor je vaker met een goed gevoel kunt kijken naar hoe je bezig bent.

Het is verleidelijk om alleen naar het resultaat te kijken. Afgelopen zomer zijn we op het WK vierde geworden, en daar doe je het natuurlijk niet voor. Maar als ik puur naar mezelf kijk: twee jaar geleden viel ik af, en twee jaar later sta ik op een WK in een heel ander soort rol. Ik ben veel veelzijdiger geworden als speler. Dat proces heb ik de afgelopen twee jaar gaandeweg zien gebeuren, en daar heb ik op veel momenten met trots op teruggekeken: oké, het gaat de goede kant op, ik ben blij dat ik deze stap heb gezet.

Ik kan mezelf niets verwijten in de aanloop naar het WK, omdat ik er alles voor gedaan heb. Daar ben ik trots op, en daarom kijk ik met veel plezier terug op die periode, ook al is het resultaat echt heel teleurstellend. Het resultaat is niet het allerbelangrijkste, maar je wilt natuurlijk wel winnen. Het is echt een dun lijntje. Je moet ook kunnen genieten van het proces naar zo’n toernooi toe, en kunnen terugkijken: heb ik daar alles aan gedaan? Als dat zo is, geeft dat heel veel voldoening.”

 

 

Wat maakt deze groep bijzonder, en waar zit nog ruimte om straks niet vierde te worden, maar bij de eerste drie te eindigen of zelfs bovenaan?

“De kern van de groep speelt al heel lang met elkaar samen. Ik zie het een beetje als golven van lichtingen, en het grootste deel van deze lichting speelt al heel lang samen in Oranje. Veel van die jongens hebben mooie piekmomenten met elkaar beleefd, maar ook hele diepe momenten. De jongens die Tokio hebben meegemaakt, en nu de vierde plek op het WK: dat zijn ook zulke momenten. Dat verbindt uiteindelijk heel erg en brengt een groep dicht bij elkaar.

Daarnaast is het een groep die heel erg op één lijn ligt in hoe je het Nederlands elftal en topsport wilt beleven. Gewoon de mouwen opstropen, keihard gaan en niks willen laten liggen. Die manier van werken is er zeker gekomen onder de staf van Jeroen Delmee, de afgelopen vijf jaar. Dat bevalt heel goed, en dat maakt deze groep zo bijzonder.

Wat deze groep nog nodig heeft? Dat vind ik heel moeilijk. Eigenlijk zou ik het niet weten, en misschien is dat nu juist de uitdaging: daarachter komen. We zitten in een fase zonder Oranje-programma, waarin flink geëvalueerd wordt met de staf. Er worden beelden teruggekeken, mensen gebeld en gesprekken gevoerd over wat we moeten doen. Misschien zit het deels in het hockey, in de tactische en technische kant. Maar voor een groot deel zit het in de cultuur en de manier van werken met elkaar. Ik ben ervan overtuigd dat we de afgelopen vijf jaar een manier hebben gevonden om het maximale uit de groep te halen, en het is belangrijk dat we die vasthouden.”

Naar welke momenten met Oranje kijk je dit seizoen extra uit?

“Ik hoop gewoon weer zoveel mogelijk deel uit te mogen maken van Oranje. We beginnen met de Pro League in Valencia, en daarna gaan we naar Australië. Ik ben eerder met Oranje in Australië geweest en was er drie weken geleden nog op vakantie, onder andere aan de Gold Coast. Ik vind dat land geweldig, dus daar hoop ik absoluut bij te zijn.

En volgende zomer staat er een hartstikke mooi toernooi op het programma: het EK in Engeland, waarvan de eindfase als het goed is in een rugbystadion wordt gespeeld. Er is genoeg om naar uit te kijken. Vooral heb ik veel energie en zin om, net als bij de club, te kijken wat er nog in mijn lichaam en in mijn ontwikkeling zit. En Oranje is uiteindelijk het hoogste meetpunt.”

‘Het resultaat is niet het allerbelangrijkste, maar je wilt natuurlijk wel winnen. Het is echt een dun lijntje.’

DE PERSOON ACHTER DE HOCKEYER

Je bent behoorlijk zichtbaar, binnen en buiten het hockey. Hoe belangrijk is het voor je om daarin dicht bij jezelf te blijven?

“Dat is eigenlijk alles. Ik vind het heel belangrijk om jezelf te kunnen zijn: in het leven, in een team. Maar dat geldt ook voor anderen. Ik vind het net zo belangrijk dat anderen zichzelf kunnen zijn. Dat is voor mij een hele belangrijke waarde.”

Wat drijft je tegenwoordig het meest: beter worden, winnen, plezier, jezelf bewijzen?

“Ontwikkeling en plezier, dat zijn een beetje mijn drijfveren. Ik kan echt intens genieten van dingen beter kunnen doen, of ergens beter in worden. Dat vind ik ontzettend terug in hockey, en daar haal ik veel plezier uit. Dat heb ik ook ontdekt door eens een andere sport te doen. Toen ik begon met surfen, viel ik de eerste paar keer alleen maar. Na een paar keer word je er beter in, en dat gevoel vind ik fantastisch. Dat vind ik in veel sporten terug, maar het meest in hockey.

Presteren is niet de drijfveer, maar uiteindelijk wil je natuurlijk wel presteren. Ik zou liegen als ik zei dat ik het niet fijn vind dat ik goed ben in hockey. Maar kunnen winnen omdat je beter wordt en een ontwikkeling doormaakt, dát maakt me gelukkig. Daardoor boek je uiteindelijk ook successen.

En wat al die dingen overkoepelt: hockey is een teamsport, en dat vind ik het allermooiste. De ambities en dromen die je met elkaar hebt kunnen delen, en daar samen naartoe werken. We maken weleens grapjes met de jongens die wat ouder worden en richting de dertig gaan: straks stop je met hockey, wat ga je dan doen? Een aantal zei: ik zou weleens een marathon willen lopen. Alleen zeiden we allemaal: in je eentje rennen lijkt me niks. Binnen no-time hadden we het erover om dan elke woensdagavond en zaterdagochtend af te spreken om samen te gaan hardlopen. Daar moesten we om lachen, want wat komt eruit? Je wilt je grenzen verleggen en jezelf pushen, maar wel samen. Als ik in mijn eentje voor een marathon zou moeten trainen, zou ik er niet aan beginnen. Ik heb geen zin in al die uren. Maar met vijf jongens uit mijn team zou ik de tijd van mijn leven hebben.”

Wat is iets aan Terrance Pieters dat mensen op het veld niet snel zien? Je komt rustig over. Zit er ook temperament in?

“Ik word niet supersnel boos. Alleen als dingen me echt niet aanstaan en het een kernwaarde raakt, dan wel. Over het algemeen heb ik een kant die vrij rustig is, maar ik heb ook een kant die heel druk en aanwezig is. Die komt natuurlijk niet zo naar buiten als je op het veld staat, maar wel in de groep. Daar kan ik behoorlijk aanwezig zijn, met grapjes en zo. Niet als de clown, maar ik denk wel dat ik sociaal een stevig geluid ben in de groep.”

 

Waar ben je, terugkijkend op de afgelopen jaren, persoonlijk het meest trots op?

“Dat ik naast mijn ontwikkeling als hockeyer ook ontwikkelingen heb doorgemaakt als mens. Mentaal, in hoe ik in het leven sta. Ik ben volwassener geworden. Ik ben supertrots op mijn relatie en op hoe we samen zijn. Eigenlijk gewoon op waar ik nu sta. Ik ben heel gelukkig. Ik doe wat ik leuk vind, en dat is mijn werk geworden. Ik heb mensen om me heen die me gelukkig maken, en de mensen van wie ik hou zijn gezond. Wat wil je nog meer, denk ik weleens.”

Je inspireert inmiddels een nieuwe generatie hockeyers. Wat hoop je dat jonge spelers van jou meenemen, los van het hockey?

“Dat je jezelf mag zijn. Ik hoop dat jonge kinderen naar me kijken en denken: die is er altijd voor gegaan en heeft eruit gehaald wat erin zat. En ik hoop dat een hele grote groep kinderen zich met mij kan identificeren, waardoor ze zich thuis voelen in de hockeysport. Dat is een beetje mijn missie. Dat ik veel aanwezig en zichtbaar ben online, daar zit dat ook achter: ik hoop dat we het hockey kunnen laten groeien, en dat vooral die kinderen iemand hebben om zich mee te identificeren.”

‘Ik hoop dat een hele grote groep kinderen zich met mij kan identificeren.’

Samen met Jip Janssen ben je behoorlijk zichtbaar op social media, met jullie filmpjes over wat jullie dagelijks beleven. Welke rol speelt social media voor jou, en merk je dat die zichtbaarheid invloed heeft op hoe mensen naar je kijken of hoe je jezelf presenteert?

“Twee jaar geleden heb ik me aangesloten bij een manager die me daarin wilde begeleiden, en sindsdien ben ik een stuk intensiever zichtbaar online. Ik merk inderdaad dat die zichtbaarheid zich weerspiegelt: steeds meer kinderen en jonge hockeyers kennen en herkennen me.

Wat social media voor mij betekent? Ik kan er een stuk creativiteit in kwijt, en dat vind ik fijn. Ik vind het gewoon leuk om te doen. En ik hoop de hockeysport daarmee op een manier te laten zien dat het er mooi en goed uitziet, zodat we de sport kunnen laten groeien. Tegelijk probeer ik het zo realistisch mogelijk te houden. Het is niet zo dat ik mijn leven compleet anders laat zien dan ik het beleef.

Aan de ene kant probeer ik de sport er mooi uit te laten zien, door wat ik op het veld doe op een vette manier vast te leggen, zelf of met foto- en videografen. Aan de andere kant laat ik ook gewoon een realistisch beeld zien van een topsporter met een normaal leven. Die in Amsterdam woont, druk is met het verbouwen van een huis, in het weekend met vrienden koffie drinkt en in zijn vakantie ook weleens een wijntje drinkt.”

Tot slot: wat mogen mensen dit seizoen van Terrance Pieters verwachten?

“Niet heel veel anders dan andere jaren. Ik hoop dat mensen na dit jaar zeggen: we hebben een Terrance gezien die er weer alles uit heeft gehaald en weer stappen heeft gezet. Vooral fysiek: iemand die aan het einde van het jaar dertig is, maar nog zoveel power en vermogen in zich heeft. En iemand die met een lach op het veld staat, veel plezier heeft met zijn teamgenoten en altijd in dienst van het team speelt. Dat is wat mensen van mij mogen verwachten. Gewoon de Terrance Pieters zoals ze hem kennen.”

Leave a Reply